RaaigrassenRaaigrassen worden in ons land over het algemeen gezaaid in openland in de periode van eind augustus tot half oktober. Grassen verlangen een goed vochthoudende en vaste grond. Tijdens de bloei en afrijping ontstaat snel schade als gevolg van droogte. Hiermee kan gedeeltelijk verklaard worden dat de opbrengstniveaus van de meeste soorten op zand -en dalgronden lager liggen dan op zavel en kleigronden. Voor de winter moet het grasplantje minimaal 2 à 3 spruiten hebben. Jonge planten winteren gemakkelijk uit. Dekvruchtzaai is goed mogelijk en zorgt voor een goed ontwikkeld perceel waardoor de kans op uitwintering beperkt blijft en er een eventuele beweiding voor de winter kan plaatsvinden. Opslagplanten van de dekvrucht, zoals tarwe, kan afdoende worden bestreden, het is echter aan te bevelen reeds bij de oogst van granen het verlies van korrels zoveel mogelijk te voorkomen.
Zaaien:
Zaaizaad hoeveelheid: 10 - 12 kg/ha. Onder ideale omstandigheden is 8 - 10 kg/ha zaaizaad voldoende, bij een oktoberzaai en grof zaaibed kan men beter 12 - 14 kg/ha zaaien. De raaigrassen zijn tamelijk sterk en dienen met de pijpen van de zaaimachine in de vochtige grond gezaaid te worden tot maximaal 2 cm diepte. zaaitijden onder dekvrucht granen is maart-april
Bemesting:
Herfst: nieuw ingezaaide percelen op schrale gronden, late zaai met voorvrucht tarwe of percelen van onder dekvrucht bestemd voor beweiding. Startgift van ca. 50 kg N/ha.
Voorjaar: het bemestingniveau ligt, afhankelijk van de soort en 1 jaar of meer jarig, tussen 140 - 170 kg N/ha. Bij de teelt van Engels raaigras op kleigronden blijkt er een goed verband te bestaan tussen de bodemvoorraad stikstof (0-90cm) en de optimale stikstofgift. De volgende formule wordt hiervoor gebruikt: 165 kg N/ha minus 0,6 x N-mineraal. Stikstofgebruiksnormen voor graszaad zijn terug te vinden op de site van http://www.hetlnvloket.nl
N.B. Wanneer een graszaadperceel wordt beweid kan dit worden omgezet in tijdelijk grasland zodat u het perceel de extra stikstof die het nodig heeft kan geven volgens de Stikstofgebruiksnormen van tijdelijk grasland.
Kwaliteitseisen en NAK - analyse
De teelt van raaigrassen dient minimaal vrij te zijn van een vermenging met kweek, duist, wilde haver en schadelijke onkruiden.
Voor gazongrassen is het tevens van belang dat deze vrij zijn van ruwbeemd en straatgras.
Voor de kwaliteitsbeoordeling analyseert de NAK een monster met als eis voor kwaliteitsklasse 1: minimaal 96 % zuiverzaad, minimaal 80 % kiemkracht(% zuiver zaad) en vrij van kweek, duist en maximaal 0,1 % cultuurzaden.
Onkruid -en ziektebestrijding:
Voor actuele vragen of problemen zie pagina Teelt berichten
Voor algemene teelttechnische vragen kunt u de vertegenwoordiger in uw regio raadplegen.
Veldkeuringen:
De graszaadteelt is gebonden aan het keuringsreglement van de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK). De keuring wordt uitgevoerd door de landbouwkundige, welk door de NAK steekproefgewijs gecontroleerd wordt. Bij inzaai moet rekening worden gehouden met risico voor kruisbestuiving met belendende graszaad percelen. In onderstaand schema vindt U de noodzakelijke afstanden tot buurpercelen, die in acht moeten worden genomen.
|
grassen |
pre-basiszaad
en basiszaad |
gecertificeerd
zaad |
|
percelen
tot 2 hectare |
200 meter |
100 meter |
|
percelen
groter dan
2 hectare |
100 meter |
50 meter |
Oogsten:
Oogsttijdstip: het (gemiddelde) oogsttijdstip van raaigrassen ligt tussen 2e week juli en 2e week van augustus. Binnen het rassenpakket van Innoseeds BV zijn er grote verschillen in afrijping, waardoor het mogelijk is u een ras aan te bieden waarvan het oogsttijdstip goed in uw arbeidsplaatje past.
Oogstmethoden: zwadmaaien is de meest gangbare methode van oogsten. Na een veldperiode van gemiddeld 4 dagen, onder goede weersomstandigheden, is het vochtpercentage van het raaigras op een niveau (max 12 %) waarop het zaad gemakkelijk los komt van de plant en het product een vochtpercentage heeft bereikt waarbij het zonder kwaliteitsverlies kan worden bewaard. Bij het van stam dorsen is voor het algemeen het afvalpercentage iets hoger dan bij zwadmaaien, de zaadverliezen zijn juist wat lager. Het zwadmaaien van raaigrassen vindt ’s nachts plaats om zaadverliezen te beperken.
Van stam oogsten: deze methode wordt vaak toegepast bij aanhoudende slechte weersomstandigheden of wanneer geen zwadmaaimachine beschikbaar is. In veel gevallen is het van stam geoogste product te nat om te worden opgeslagen en zal er moeten worden gedroogd. Bij een langere afrijping op stam neemt echter wel de kwetsbaarheid toe, vooral in een staand of halfstaand gewas en veel wind.
Voormaaien voor voederwinning:
Een extra snede in het voorjaar is mogelijk bij de soorten Italiaans raaigras en Gekruist raaigras. Door de enorme groeikracht van deze soorten is het mogelijk om een snede te oogsten en in te kuilen.
Dit voormaaien geschiedt in de eerste week van mei, waarna een aanvullende stikstofgift noodzakelijk is. Ook toepassing van dierlijke mest is in dit stadium mogelijk.